Petanque vereniging

Gelre

Techniek

Petanque is een spel van concentratie, tactiek en techniek.
Het aspect techniek is voor alle nieuwe spelers vooral in het begin het allerbelangrijkste. Nieuwe spelers die de techniek nog niet beheersen, krijgen dikwijls goed bedoelde adviezen van anderen. Goed bedoelde, maar ook vaak slechte- of verkeerde adviezen.
Het is belangrijk dat je vooral in het begin veel zorg en aandacht besteedt aan je manier van spelen. Want is er na verloop van tijd een foutieve manier van spelen ingeslopen, dan zal het moeilijk zijn om dit weer kwijt te raken. Alleen met de nodige inspanning en trainingsarbeid zal dit weer gecorrigeerd kunnen worden.
We hopen met dit stukje over basistechniek te bereiken dat nieuwe spelers hiermee enig inzicht krijgen in de techniek van het petanque en het spel op de juiste manier zullen aanleren.
De beste methode om het goed te leren is natuurlijk door onmiddellijk een trainingscursus te volgen. Bedenk dat de ideale techniek niet bestaat, maar dat een beweging wel omschreven kan worden als zijnde het meest logische, het meest natuurlijke. Dus ga in principe uit van de omschreven techniek.
Iedereen zal uiteindelijk wel zijn eigen stijl ontwikkelen, maar dit is dan een persoonlijke interpretatie van de techniek en is voornamelijk afhankelijk van lichaamsbouw.

Basistechniek

Basishouding
staand.gifIn het algemeen komen de volgende fouten komen het meest voor:
- Te frontale stand
- Voeten te ver uit elkaar
- Verkeerde voet naar buiten wijzend
- Op de tenen staan
- één voet half op de grond (bij staand spelen)
- één voet geheel plat op de grond (bij zittend spelen) het gevolg is een stugge worp uit de arm en een klein beetje uit de romp.
- De beweging is niet harmonisch

Staand plaatsen
De voeten staan kort bij elkaar, waarbij voor rechtshandige de rechtervoet in de werprichting staat en voor linkshandige de linkervoet.
Bij staand plaatsen is het erg belangrijk dat de benen iets gebogen blijven waardoor de spieren actief zijn. Als de worp ondersteuning vraagt van de beenspieren, dan zullen ze ook mobiel moeten zijn.
Het overstrekken van de beenspieren is sterk af te raden, de gewrichten en de kniebanden worden onnatuurlijk zwaar belast en blessures kunnen het gevolg zijn.
Bij staand spelen is de meest gemaakte fout overstrekking van één of twee benen.
Het gevolg is:
gehurkt.gif- Er wordt alleen met de romp gegooid
- Slecht voor de kniebanden- Beweging stokt
- Moeite met de afstand

Gehurkt plaatsen

Wanneer we gehurkt plaatsen, dan balanceren we op de ballen van de voeten en rust het achterste op de hielen, daarbij blijft de romp rechtop. Het lichaam rust nu op het knie- en enkelgewricht. Rust het lichaam niet op deze gewrichten, dan zijn de bovenbenen gespannen en is de zit uiterst wankel. De spieren zullen gaan trillen doordat zij constant te gespannen zijn.
Bij gehurkt spelen staan de bovenbenen onder grote spanning als bijvoorbeeld de spieren te kort zijn. Het gevolg is:
- Snel uit evenwicht
- Snel moe in de benen (spierpijn)
- Beweging niet constant.


Romphouding

De romp dient tijdens de worp nagenoeg rechtop te blijven. Dit geldt zowel voor staand als voor het gehurkt plaatsen.
De armzwaai, eventueel ondersteund door de benen moet voldoende mogelijkheden bieden voor een goede uitvoering van deze techniek.
Wanneer men toch geneigd is ver voorover te buigen, dan is dit dikwijls het gevolg van het ontbreken van voldoende kracht. De armzwaai is dan mogelijk te kort en/of er ontbreekt een harmonische beweging.
De kracht die in feite moet komen uit de armzwaai, eventueel ondersteund door de benen probeert men dan te compenseren door gebruik te maken van de rug. Onnodig om te zeggen dat dit slecht voor de rug is. Het resultaat is vaak een stugge ongecontroleerde worp.

Voor- en achterzwaai van de werparm
- Bij het plaatsen van een boule zowel staand als gehurkt is de armzwaai het allerbelangrijkste.
- We maken bij de armzwaai onderscheid in een achter- en een voorzwaai.
- De achterzwaai moet zo ruim mogelijk zijn (per speler is dit verschillend).
- Wanneer de achterzwaai onvoldoende is, dan zal ter compensatie vaak op kracht worden gegooid, hetgeen zal leiden tot onnodige afwijkingen en op de langere termijn mogelijk zelfs tot spierblessures.
- De voorzwaai moet geheel worden voltooid omdat de boule anders door de hand wordt geremd en de worp onzuiver wordt.
- De duim komt bij deze voorzwaai vlak langs de broek dicht bij de knie, die dus in feite richting geeft aan de worp.
- De uitzwaai brengt de arm tot voorbij de horizontale lijn.
- Na het loslaten van de boule wijst de hand de boule na.
- De handpalm is parallel aan de baan van de bal.

Het voltooien van deze pendelbeweging zonder een abrupte stop in deze beweging en souplesse aan het geheel zijn dus essentieel voor een goed resultaat.
- De voorbereiding
- Het draaien van de pols halverwege het naar achteren gaan
- De arm gaat voorbij de lichaamsas
- Halverwege het naar voren gaanhandh.gif- Het loslaten.

Balafwikkeling
- Bij de achterzwaai de hand ter hoogte van de heup een halve slag draaien en tijdens de zwaai de pols inschakelen.
- Aan het eind van de achterzwaai is de pols naar de binnenkant van arm gebogen.
- Aan het eind van de voorzwaai wijst de hand de boule na.
- De boule verlaat de hand via de vingertoppen.
- De handpalm is parallel aan de baan van de boule.
- Denk er aan het moet één vloeiende beweging zijn zonder onderbreking.

Balansarm
Om het lichaam goed in evenwicht te houden moet de andere arm, de zogenaamde balansarm deel uitmaken van deze beweging.
In de achterzwaai moet de balansarm gelijktijdig met de werparm deze achterwaartse beweging volgen. Het vervolg van deze beweging wordt door een reflexmatige beweging van het lichaam aangegeven.
Gebruik deze arm voor het evenwicht, eventueel als men dit prettig vindt met eenn boule in de andere hand. Laat deze arm in ieder geval niet stijf langs het lichaam hangen.

Balvoering
Petanque is een techniek-sport waarbij het gevoel voor precisie en het gevoelsmatig aspect bij elke worp belangrijk is.
- De boule moet losjes in de hand liggen
- De boule wordt al liggend in de handpalm door de vingers circa voor de helft omsloten.
- Niet knijpen in de boule.
- De duim treedt enkel begeleidend op en oefent geen druk uit op de boule. Bij voorkeur de duim laten rusten op het tweede kootje van de
wijsvinger.
- De vingers zijn nagenoeg gesloten doch mogen ook iets van elkaar zijn (enkele milimeters).

Veel gemaakte fouten zijn:
- Knijpen in de boule: oorzaak is dikwijs te kleine boules.
- Geen grip op de boules: oorzaak vaak te grote boules.
- Afwijkingen bij het gooien vaak het gevolg van de duim die sturend optreedt of ;
- De boule wordt vastgehouden met het voorste deel van de vingers en de duim
- Verkeerde handhouding
- Gewoon te hard knijpen

portee.gif